Jurisprudentie procesrecht

Onderstaande uitspraken kunt u terugvinden op www.rechtspraak.nl

Hoge Raad, 22 december 2017 ECLI:NL:HR:2017:3264

Inhoudsindicatie

Conclusie:  ECLI:NL:PHR:2017:1092, Gevolgd  
In cassatie op :  ECLI:NL:GHDHA:2016:2590, (Gedeeltelijke) vernietiging met verwijzen
Procesrecht. Kan in een meervoudig te beslissen zaak een mondelinge behandeling plaatsvinden ten overstaan van een van de drie rechters of raadsheren? Art. 15 Rv. Art. 16 Rv. HR 31 oktober 2014, ECLI:NL:HR:2014:3076, NJ 2015/181; HR 15 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:662. Hoofdregel. Toepassingsgebied van de hoofdregel. Regels voor afwijkingen van de hoofdregel. Proces-verbaal. Bewijsverrichtingen.

Rechtbank Limburg, 2013, 5589

Inhoudsindicatie

Bevoegdheidsincident. Geen schending van de regels van de relatieve competentie zoals bedoeld in Rv, nu zowel de locatie Maastricht als de locatie Roermond zijn gelegen in het arrondissement van de Rechtbank Limburg. Zaak op grond van het Zaaksverdelingsreglement rechtbank Limburg intern overgedragen aan de rechtbank Limburg, locatie Roermond.

Rechtbank Noord-Nederland, 2013, 6283

Inhoudsindicatie

Rijksuniversiteit Groningen vs Judkins-Nugteren. Geen besluit in de zin van art. 1:3 AWB genomen tav onverschuldigd betaalde bezoldiging aan ambtenaar (art 116a ambtenarenwet). Kantonrechter: vordering niet-ontvankelijk.

Rechtbank Midden-Nederland, 2013, 4698

Inhoudsindicatie

Verjaring van bevoegdheid tot executeren van een rechterlijke beslissing (3:324 BW) van vonnis uit 1988 is nog niet verjaard, voor zover het gaat om executie van de hoofdsom. Voor de (bij het vonnis opgelegde) wettelijke rente geldt een verkorte verjaringstermijn van vijf jaar, hetgeen inhoudt dat de bevoegdheid tot executeren van de wettelijke rente is verjaard.

Hoge Raad, 2013, 1307

Inhoudsindicatie

Onrechtmatige daad. Procedure op naam niet-bestaande vennootschap. Vergissing. Verzet wederpartij tegen rectificatie. Niet-bestaande vennootschap veroordeeld in proceskosten. Reconventionele vordering tot vergoeding onbetaald gebleven proceskosten in volgende procedure; art. 4 lid 1 Hnw en 6:162 BW.

Rechtbank Limburg, 2013, 5334

Inhoudsindicatie

Kan de verhuurder die alleen de huurder wiens goederen onder bewind zijn gesteld dagvaardt, niet (ook) de bewindvoerder, in zijn vordering tot ontruiming van het gehuurde wegens overlast worden ontvangen? Ja, het huurrecht is niet een "goed" als bedoeld in art. 1:431 lid 1 BW waarover het bewind is ingesteld. Het gebruiksrecht dat de huurder aan de huurovereenkomst ontleent heeft weliswaar vermogensrechtelijke trekjes maar is geen zakelijk recht of overdraagbaar vermogensbestanddeel, zodat de belangenbehartiging van de bewindvoerder zich daartoe niet uitstrekt. Zeker nu alleen gedrag dat een goed huurder niet betaamt, waarop de bewindverder geen invloed kan uitoefenen, aan de vordering ten grondslag ligt. Verwijzing naar voorgenomen prejudiciële vragen aan de HR door rechtbank Gelderland, vonnis van 5 juni 2013, NJF 2013/312, LJN CA2469

Gerechtshof Arnhem – Leeuwarden, 2013, 6885

Inhoudsindicatie

Hoger beroep tegen een beschikking van de kantonrechter die in een voorlopig getuigenverhoor besliste dat een drietal getuigen niet meer mocht worden voortgebracht. De reden hiervoor was dat er voldoende gelegenheid was geweest om de desbetreffende getuigen te horen, maar hiervan is geen gebruik gemaakt door de partij die om het verhoor had verzocht. In hoger beroep beslist het hof dat voor twee getuigen alsnog de gelegenheid moet worden gegeven om die te horen, omdat een goede voorbereiding van het getuigenverhoor is bemoeilijkt door een handeling van de wederpartij. Voor wat betreft nummer drie heeft appellante haar recht inderdaad verspeeld om die getuige te horen.
De partij die om het voorlopig getuigenverhoor had verzocht, meende verder dat enkel zij de volgorde kan bepalen waarin de getuigen worden gehoord, en ook dat zij er recht op heeft bepaalde getuigen op dezelfde dag te horen om ze met elkaar te kunnen confronteren. Het hof denkt daar echter anders over.

Rechtbank Amsterdam, 2013, 6592

Inhoudsindicatie

vonnis na getuigenverhoor; vorderingen afgewezen omdat eiseres niet is geslaagd in het haar opgedragen bewijs. Geen sprake van meineed nu niet is gebleken dat opzettelijk valse verklaring is afgelegd; artikel 184 Rv.

Gerechtshof ’s-Hertogenbosch, 2013, 5461

Inhoudsindicatie

Beslagperikelen.
Het verzuim om de executoriale titel aan de derde-beslagene binnen de wettelijke termijn te betekenen kan alsnog worden hersteld.
Het hof verwerpt de stelling van de derde-beslagene dat het doorzetten van een “leeg” beslag jegens hem onrechtmatig is.

Hoge Raad, 2013, 1259

Inhoudsindicatie

(Appel)procesrecht. Onttrekking procesvertegenwoordiger op de dag waartegen akte niet-dienen was aangezegd. Akte niet-dienen in strijd met art. 6.2 en 6.3 Landelijk procesreglement voor civiele dagvaardingszaken bij de gerechtshoven (Lpr)?

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 2013, 9911

Appel tegen de afwijzing van het verzoek tot het houden van pleidooi in een exhibitie-incident van artikel 843a Rv.
Vaststaat dat partijen op het moment dat B&S c.s. hun verzoek tot pleidooi indienden, hun standpunten nog niet eerder ten overstaan van de rechter hadden uiteengezet. De procedure was in de bodemprocedure op dat moment nog niet geheel uitgeconcludeerd. Alvorens te beslissen over het incident diende de rechtbank in beginsel B&S c.s. toe te laten tot het door hun verzochte pleidooi in het exhibitie-incident. De beslissing daarop kan van belang zijn voor de wending die de hoofdzaak neemt en leent zich er daarom voor om vooraf te worden beslist. Indien de rechtbank van oordeel was dat het aangewezen was om tevens de hoofdzaak te instrueren en die in staat van wijzen te brengen, had de rechtbank in die zin kunnen beslissen, bijvoorbeeld door te bepalen dat eerst de conclusie van antwoord in reconventie moet worden genomen en dat daarna het pleidooi in incident wordt gehouden, gecombineerd met een comparitie in de hoofdzaak, dan wel desgewenst een pleidooi in de hoofdzaak.
De rechtbank heeft evenwel het pleidooi geweigerd en de zaak tevens voor vonnis in het incident verwezen. Die beslissing is onvoldoende gemotiveerd. Aan de motivering om een pleidooi geheel te weigeren voordat een beslissing wordt genomen, worden hoge eisen gesteld. De door de rechtbank gegeven motivering van haar afwijzing van het verzoek tot het houden van pleidooi, voldoet naar het oordeel van het hof niet aan deze daaraan te stellen hoge eisen: de rechtbank laat na te motiveren dat toewijzen van het verzoek strijd oplevert met de eisen van een goede procesorde, terwijl de omstandigheid dat in de hoofdzaak nog gelegenheid zal worden geboden voor een mondelinge behandeling niet kan dienen als motivering van het oordeel dat aan het recht van partijen om hun zaak mondeling voor het voetlicht te brengen geen afbreuk wordt gedaan, nu de rechtbank dan immers reeds over de op artikel 843a Rv gebaseerde vordering zal hebben beslist.

Laatste nieuws

19 november 2018
Definitieve impressies bijeenkomsten buitengerechtelijke private incassomarkt

Definitieve impressies bijeenkomsten buitengerechtelijke private incassomarkt

...
Lees meer ›

16 november 2018
Ondernemers gaan minder betalen om vordering af te dwingen
Vandaag op nu.nl: Ondernemers gaan minder betalen voor de griffierechten om ...
Lees meer ›