Jurisprudentie incasso

Onderstaande uitspraken kunt u terugvinden op www.rechtspraak.nl

Gerechtshof Arnhem – Leeuwarden, 2013, 7950

Inhoudsindicatie

Schuldeiser legt conservatoir beslag. Bij deelvonnis wordt een deel van de vordering toegewezen. Dit deel wordt betaald. Van het deelvonnis wordt hoger beroep ingesteld. Daarnaast wordt doorgeprocedeerd bij de rechtbank (met opnieuw hoger beroep). Het beslag wordt echter niet eerder opgeheven dan na het stellen van een bankgarantie. Achteraf blijkt dat de schuldenaar met de gedane betaling meer heeft betaald dan zij verschuldigd was. Vraag of handhaven beslag en eisen bankgarantie onrechtmatig was. Het hof beantwoordt die vraag ontkennend aan de hand van criteria die gelden voor misbruik van recht, overeenkomstig HR 11 april 2003, ECLI:NL:HR:2003AF2841 en 5 december 2003, ECLI:NL:HR:2003, AL7059.

Gerechtshof Arnhem – Leeuwarden, 2013, 6760

Inhoudsindicatie

Vraag of voor de verschuldigdheid door een consument van de forfaitaire vergoeding voor buitengerechtelijke kosten de verzending en ontvangst van de zogenaamde veertiendagenbrief van art. 6:96 lid 6 BW en het verstrijken van de in die brief aangeduide termijn volstaat, of dat daarvoor nodig is dat nadere incassohandelingen hebben plaatsgevonden.
Hof beantwoordt die vraag aldus dat voor die verschuldigdheid niet nodig is dat nadere incassohandelingen hebben plaatsgevonden.

Rechtbank Gelderland, 2013, 4081

Inhoudsindicatie

Tussenvonnis. Vordering tot vergoeding buitengerechtelijke incassokosten van een consument. Alleen de voorgeschreven schriftelijke aanmaning (art. 6:96 lid 6 BW) is verzonden. Deze aanmaning wordt ook wel veertiendagenbrief genoemd.
Vordering toewijsbaar op grond van het arrest van Hof Arnhem Leeuwarden van 17 september 2013 (ECLI:NL:GHARL:2013:6760). Anderzijds wordt er in het rapport BGK-Integraal (van een werkgroep van het Landelijk Overleg Vakinhoud Civiel en Kanton, het LOVCK) van uit gegaan dat na het verzenden van voornoemde aanmaning nog een incassohandeling wordt verricht. Zowel het LOVCK als LOV-Hoven hebben op 7 oktober 2013 met het rapport BGK-Integraal ingestemd.
De Rechtbank Gelderland heeft daarom het voornemen de volgende prejudiciële vraag aan de Hoge Raad te stellen: Dient art. 6:96 lid 6 BW aldus te worden uitgelegd dat na het verzenden van de daarin genoemde veertiendagenbrief vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten is verschuldigd, dus zonder dat de crediteur na het verzenden van die (veertiendagen)brief nog een nadere incassohandeling verricht?

Gerechtshof Amsterdam, 2013, 1621

Inhoudsindicatie

Begroting redelijke kosten ter verkrijging van voldoening buiten rechte in de zin van artikel 6:96, lid 2, sub b en c Burgerlijk Wetboek.
Moet bij deze begroting betekenis worden toegekend aan de tussen de gelaedeerde en zijn rechtsbijstandverlener overeengekomen vergoeding van 15% van het te verhalen schadebedrag? Het hof verwerpt de opvatting dat de vergoeding op het afgesproken bedrag moet worden bepaald, omdat het redelijk is dat destijds een no-cure-no-pay-afspraak werd gemaakt met een dergelijke vergoeding.

Gerechtshof Arnhem – Leeuwarden, 2013, 7202

Inhoudsindicatie

Artikel 3:40 BW overeenkomst van 'geldlening' tevens inhoudende verpanding van vorderingen die blijkens de considerans ten doel heeft liquide middelen buiten het bereik van schuldeisers te brengen en daarover zelf de beschikking te houden is nietig wegens strijd met de goede zeden.

Rechtbank Midden-Nederland, 2013, 3775

Inhoudsindicatie

Verschuldigdheid acceptgirokosten, in geval van betaling op een andere wijze dan door middel van automatische incasso, en buitengerechtelijke incassokosten. Kosten zijn voldaan door eiser onder dreiging van afsluiting drinkwatertoevoer. Kosten onverschuldigd.

Gerechtshof Arnhem – Leeuwarden, 2013, 7964

Inhoudsindicatie

Hoger beroep gaat alleen over 300 Euro buitengerechtelijke incassokosten. Hof: kantonrechter heeft de incassokosten ten onrechte afgewezen. Gelet op alle omstandigheden van het geval worden de werkzaamheden van de advocaat voor de vaststelling van de hoogte van de proceskostenveroordeling gewaardeerd op een half punt.

Rechtbank Midden- Nederland, 2013, 3888

Inhoudsindicatie

Stuiting verjaring. Artikel 3:317 BW. Artikel 3:37 BW. Algemene voorwaarden. Het niet voldoen aan de in de algemene voorwaarden opgenomen verplichting tot het doorgeven van adreswijzigingen heeft te gelden als een handeling/omstandigheid in de zin van artikel 3:37 lid 3 BW die rechtvaardigt dat het nadeel van het als gevolg daarvan (eventueel) niet ontvangen van een schriftelijke verklaring door de geadresseerde wordt gedragen.

Gerechtshof Arnhem – Leeuwarden, 2013, 6834

Inhoudsindicatie

Rechtsvordering van kredietverstrekker jegens kredietnemer o.g.v. kredietovereenkomst. Is verjaring (o.g.v. art. 3:307 lid 1 BW) van de rechtsvordering gestuit door een van de sommatiebrieven van de kredietverstrekker aan kredietnemer?
Gelet op betwisting door kredietnemer lag het op weg van kredietverstrekker feiten of omstandigheden te stellen en zonodig te bewijzen waaruit volgt dat de sommatiebrieven zijn verzonden naar een adres waarvan zij redelijkerwijs mocht aannemen dat kredietnemer aldaar door haar kon worden bereikt en dat de verklaring aldaar is aangekomen. Kredietverstrekker heeft onvoldoende gesteld waaruit volgt dat kredietnemer de brieven heeft ontvangen.
De enkele omstandigheid dat er een grote hoeveelheid brieven naar het adres van kredietnemer is gestuurd, is daarvoor niet toereikend, gelet op de betwisting door kredietnemer. Bovendien heeft kredietverstrekker in eerste aanleg noch in hoger beroep aangeboden te bewijzen dat die brieven ook inderdaad zijn aangekomen. Het hof ziet geen aanleiding kredietverstrekker ambtshalve het bewijs daarvan op te dragen. Gelet op het vorenstaande, kan er niet van worden uitgegaan dat de sommatiebrieven, of één ervan, kredietnemer tijdig hebben of heeft bereikt. Er moet dan ook van worden uitgegaan dat de verjaring niet is gestuit. Het verweer van kredietnemer dat de rechtsvordering is verjaard, slaagt.

Rechtbank Gelderland, 2013, 4690

Inhoudsindicatie

Tussenvonnis. Vordering tot vergoeding buitengerechtelijke incassokosten van een consument. Alleen de voorgeschreven schriftelijke aanmaning (art. 6:96 lid 6 BW) is verzonden. Deze aanmaning wordt ook wel veertiendagenbrief genoemd. Vordering toewijsbaar op grond van het arrest van Hof Arnhem Leeuwarden van 17 september 2013 (ECLI:NL:GHARL:2013:6760). Anderzijds wordt er in het rapport BGK-Integraal (van een werkgroep van het Landelijk Overleg Vakinhoud Civiel en Kanton, het LOVCK) van uit gegaan dat na het verzenden van voornoemde aanmaning nog een incassohandeling wordt verricht.
Zowel het LOVCK als LOV-Hoven hebben op 7 oktober 2013 met het rapport BGK-Integraal ingestemd. De Rechtbank Gelderland stelt daarom de volgende prejudiciële vraag aan de Hoge Raad: Dient art. 6:96 lid 6 BW aldus te worden uitgelegd dat na het verzenden van de daarin genoemde veertiendagenbrief vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten is verschuldigd, dus zonder dat de crediteur na het verzenden van die (veertiendagen)brief nog een nadere incassohandeling verricht? (zie ook tussenvonnis ECLI:NL:RBARN:2013:4081)

Gerechtshof ’s-Hertogenbosch, 2013,5953

Matiging van gevorderde incassokosten tot de staffel van het Besluit-BIK (B2B).Prejudiciële vraag aan de Hoge Raad over imputatie art. 6:44 BW. Toerekening op incassokosten. Aanbevelingen van de KBvG commissie Renteberekening.

Gerechtshof Arnhem- Leeuwarden, 2013,9438

Beginsel van de formele rechtskracht. Erkenning van de onrechtmatigheid van het besluit door het bestuursorgaan nadat het besluit al in rechte onaantastbaar was geworden levert geen grond op voor het maken van een uitzondering op de formele rechtskracht van het besluit. De gemeente heeft voorts wel de onjuistheid van het besluit erkend, maar niet de aansprakelijkheid op grond van onrechtmatige daad.Gemeente kan niet worden gehouden aan afspraken gemaakt in het kader van mediation, nu de gemeenteraad niet akkoord is gegaan met het onderhandelingsresultaat. De betrokken wethouder heeft de wederpartij voortdurend gewezen op de vereiste toestemming van de gemeenteraad. Proceskosten. Een partij kan niet aan een proceskostenveroordeling ontkomen door de enkele mededeling dat zij geen partij meer is (artikel 249 Rv).

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 2013,9451

Conservatoir eigenbeslag. Vordering tot opheffing van dit beslag in hoger beroep toegewezen. Beslag is hoofdzakelijk gelegd ter verzekering van een vordering tot vergoeding van gemaakte (gerechtelijke en buitengerechtelijke) kosten, welke kosten een veelvoud bedragen van de oorspronkelijke hoofdsom.

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 2013,9640

Verjaring. Vraag of onjuiste adressering van stuitingsbrief cf art. 3:37 derde lid BW voor risico van geadresseerde is. Hof: onjuiste adressering gelet op tijdverloop en afgewikkelde bank-cliëntrelatie niet voor rekening cliënt. Tussentijds faillissement in casu niet van invloed op termijn. Vordering verjaard.

Laatste nieuws

01 oktober 2018
Compendium Beslag- en Executierecht
Op 11 oktober a.s. verschijnt het Sdu Compendium Beslag- en executierecht. Aan ...
Lees meer ›

28 september 2018
Bijeenkomst private buitengerechtelijke incassomarkt
Bijeenkomst private buitengerechtelijke incassomarkt 
Lees meer ›